Strengere energieregels vergroten het verschil tussen nieuwbouw en bestaande bouw

Dit is een reclame-uiting. Beleggen brengt risico’s met zich mee, in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Lees het prospectus en het essentiële informatiedocument (EID) voordat u een beleggingsbeslissing neemt.

Vanaf 2026 veranderen verschillende regels rondom energielabels voor woningen. Zo gaan thuisbatterijen (zonder stekker) meetellen in de berekening van het energielabel, wordt het nieuwe label A0 ingevoerd voor emissievrije woningen en gaan ook monumentale woningen onder de labelplicht vallen.

Maar belangrijker dan deze afzonderlijke wijzigingen, is de bredere ontwikkeling daarachter: Europa stuurt steeds nadrukkelijker richting strengere energie-eisen voor woningen. Voor de woningmarkt betekent dat dat het verschil tussen moderne nieuwbouw en oudere woningen waarschijnlijk verder zal toenemen.

Europa zet in op steeds strengere energieprestaties

De Europese regelgeving rondom gebouwen wordt de komende jaren verder aangescherpt. Het doel is duidelijk: woningen moeten energiezuiniger worden en de uitstoot van gebouwen moet richting 2050 fors dalen.

Vanaf 2030 wordt daarom naar verwachting een nieuwe Europese methode ingevoerd voor het bepalen van energielabels. Hoewel de exacte invulling nog niet volledig vaststaat, is de richting duidelijk: energieprestaties gaan een steeds grotere rol spelen binnen de woningmarkt.

Dat raakt niet alleen woningeigenaren, maar ook beleggers, verhuurders en ontwikkelaars.

 

Nieuwbouw kan beter aansluiten op toekomstige energie-eisen

Juist binnen deze ontwikkeling staan moderne nieuwbouwwoningen sterk gepositioneerd.

Nieuwbouwwoningen worden gebouwd volgens actuele bouweisen en duurzaamheidseisen. Daardoor voldoen zij al aan normen waar bestaande woningen vaak nog op moeten worden aangepast.

Dat biedt verschillende voordelen:

  • lagere energielasten voor bewoners;
  • moderne installaties en betere isolatie;
  • minder noodzaak tot toekomstige verduurzamingsinvesteringen;
  • hogere aantrekkelijkheid voor huurders;
  • betere voorbereiding op toekomstige regelgeving.

Bij veel oudere woningen vraagt verduurzaming juist om aanvullende investeringen, renovaties of technische aanpassingen om aan toekomstige eisen te blijven voldoen.

Wat betekent dit voor de woningmarkt?

De verwachting is dat energieprestaties een steeds grotere invloed krijgen op de waarde en verhuurbaarheid van woningen. Woningen die onvoldoende aansluiten op toekomstige normen kunnen in de toekomst vaker te maken krijgen met:

  • hogere verduurzamingskosten;
  • druk op verhuurbaarheid;
  • hogere energielasten voor bewoners;
  • en mogelijk een minder sterke marktpositie.

Tegelijkertijd kunnen duurzame nieuwbouwwoningen juist profiteren van de groeiende vraag naar comfortabele, energiezuinige woningen met voorspelbare woonlasten.

Waarom dit relevant is voor CLB

Voor CLB zijn deze ontwikkelingen vooral een bevestiging van de langetermijnstrategie die al jaren wordt gevolgd. Binnen de vastgoedfondsen van CLB ligt de focus bewust op duurzame nieuwbouw en relatief jonge woningen met energielabel A of hoger. Daardoor sluit een groot deel van de portefeuille al aan op moderne energie-eisen en toekomstige ontwikkelingen binnen de woningmarkt.

Dat is belangrijk voor beleggers, omdat toekomstbestendig vastgoed kan bijdragen aan:

  • Goede verhuurbaarheid;
  • aantrekkelijk wooncomfort;
  • beheersbare exploitatiekosten;
  • en potentieel waardebehoud op de lange termijn.


De nieuwe regelgeving verandert de strategie van CLB daarom niet fundamenteel. Ze onderstreept vooral waarom duurzame nieuwbouw volgens CLB een sterke positie inneemt binnen de woningmarkt van morgen.

Echter, hou er rekening mee dat ook beleggingen in duurzame nieuwbouwwoningen onderhevig zijn aan markt- en verhuurrisico’s.